Praatjes vullen soms toch gaatjes

Eén van de eisen voor certificering van de opleiding ‘Binnen 10 Weken een Lopend VP Bedrijf’ is dat je minimaal drie onderzoeksgesprekken moet hebben gevoerd. Vervolgens schrijf je een reflectieverslag, waarbij het vooral gaat om wat je voor jezelf uit het gesprek hebt gehaald. Zowel met betrekking tot het voeren van het gesprek zelf (gesprekstechnieken, sociale vaardigheden) als met betrekking tot je eigen onderneming: wat betekent deze informatie voor mij? Klopt mijn aanbod? Is er behoefte aan? Waar zitten ondernemers eigenlijk op te wachten?

Toen we hoorden van deze opdracht, werden we wel wat nerveus. Wie zou je kunnen vragen en wie zit er nou op te wachten om een gesprek te gaan zitten voeren voor een ander?
‘Komt goed!’ ‘Let maar op, wordt echt heel leuk!’ ‘ ‘Ondernemers zijn zelf ook starter geweest, die vinden dat juist prima!’ Jaja. Dacht ik sceptisch.

Maar ja: wat moet, dat moet. Dus ging ik op zoek naar gesprekspartners. Wat me in de eerste plaats opviel, is dat ik eigenlijk behoorlijk veel ondernemers ken. Dat viel alvast mee. Daarnaast zeiden alle vier de mensen aan wie ik het vroeg meteen ‘ja’. Dat viel dus ook mee. En verder is het inderdaad zo, dat het voeren van die gesprekken inderdaad heel leuk is.

De ondernemers geven aan, dat het eigenlijk niet vaak gebeurt dat ze zo uitgebreid over hun bedrijf vertellen. Door de vragen die ik stel spreken ze soms dingen uit die al wel in het achterhoofd rondzoemden, maar nog niet echt concreet gemaakt zijn. Of ze krijgen bepaalde dingen op een rijtje, simpelweg door het aan iemand anders te vertellen of uit te leggen. Of ze genieten gewoon van het vertellen over hun bedrijf, iets waar ze over het algemeen veel tijd en energie in steken en terecht trots op zijn. Suggesties voor vragen krijgen we trouwens mee vanuit de opleiding, maar gaandeweg het gesprek komen er bij mezelf natuurlijk ook andere vragen op.

Voor mijzelf geven de gesprekken soms ook meer helderheid en een andere keer zetten ze alles weer op de kop. Vanuit de opleiding krijgen we handreikingen hoe je je bedrijf zou kúnnen vormen, maar er wordt ook heel duidelijk de nadruk gelegd op: doe het zoals jij het wil, zoals het bij jou en jouw leven past, bij jouw werkzaamheden en diensten.

Ik dacht helemaal aan het begin dat ik, om VA te worden, van alle markten thuis zou moeten zijn (weet je nog van die boekhoudcursus?!). Daarna leerde ik dat dat juist niet nodig is, omdat je je kunt richten op wat jij te bieden hebt. Vervolgens kwam ik erachter dat er rondom taal en tekst nog zoveel meer mogelijk is dan het schrijven alleen, dat ik weer allerlei andere mogelijkheden zag zoals de technische kant die daarmee samenhangt en de tools die je in kunt zetten. En nu denk ik weer dat ik me juist eerst wil richten op het schrijven zelf, want er zijn zoveel gave trainingen, er valt nog zoveel te leren op dat vlak – en dat wil ik graag.

Die gesprekken werken dus wel: ik word aan het denken gezet. Wat wil de ondernemer? Waar zitten ze op te wachten? Maar ook en vooral: wat daarvan past bij mij? Als je het één heel bewust kiest, moet je soms het andere loslaten. En of dat de juiste keuze is, weet je achteraf pas zeker. Ik kies wat op dit moment het beste voelt en dat is het schrijven zelf. Op allerlei vlakken, dat wel. Maar laat het technische gebeuren nog maar even achterwege. Weer een stapje verder.

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *